Bron:denit.nl

In een wereld waarin downtime van IT al snel leidt tot een flinke kostenpost of reputatieschade, moet worden nagedacht over de beschikbaarheid van uw IT-infrastructuur. Voor steeds meer organisaties geldt dat IT een fundamentele voorziening is voor de dagelijkse operaties. Die beschikbaarheid is steeds lastiger binnen de muren van de eigen organisatie te realiseren door de hoge eisen die aan IT worden gesteld. Door de complexiteit van updates, changes, onderhoud of vervanging van hardware, moet worden nagedacht over de continuïteit van IT-operaties zonder dat daarbij wordt ingeboet op beschikbaarheid.

Een goede eerste stap is daarom om IT onder te brengen bij een managed cloud provider die haar dienstverlening aanbiedt vanuit een streng beveiligd en gecontroleerd datacenter. Door optimale koeling, uitgebreide, geavanceerde brandblusinstallaties en 24/7 monitoring en bewaking wordt de waarschijnlijkheid van incidenten en downtime fors terug gebracht. Voor organisaties waarvoor zelfs korte downtime onacceptabel is, biedt een Twin Datacenter oplossing uitkomst.

Maximaliseren van uptime
Een Twin Datacenter oplossing voorziet in een infrastructurele ondervanging van zowel geplande als ongeplande downtime. Door de servers in twee geografisch gescheiden datacenters te plaatsen die in beheer zijn van één partij, kan 100% uptime worden gerealiseerd. De datacenters zijn onderling met elkaar verbonden via een redundante glasvezelring. Dit biedt niet alleen razendsnelle data overdracht, maar door de dubbele uitvoering van deze ring is ook de connectiviteit gegarandeerd.

Twin Datacenters worden in het algemeen in één van twee varianten uitgevoerd: active-passive (de omgeving is in één datacenter live en wordt in de andere passief gerepliceerd) en active-active (de omgeving is in beide datacenters live en wordt realtime gerepliceerd).

Het belangrijkste verschil tussen beide varianten is dat bij een active-passive setup een fail-over actie naar het standby cluster wordt uitgevoerd: bij uitval in het ene datacenter wordt de standby gerepliceerde omgeving opgestart zodat de omgeving zo snel mogelijk weer online is. Men noemt dit ook wel een DR (Disaster Recovery) oplossing. Deze methode is echter gevoelig voor hoge workloads: als na een crash veel applicaties opgestart moeten worden die functioneren op basis van een onderlinge samenhang, kan waarschijnlijk niet alle work in progress direct worden hervat.

Eindgebruikers zullen daardoor toch hinder ondervinden van de storing en business operations raken verstoord. Het is daarom beter om in beide datacenters actieve apparatuur te hebben. Zij worden beide ingezet om applicaties te draaien waarbij eenvoudig workloads kunnen worden verdeeld met applicaties die ondersteuning bieden voor een geclusterde server infrastructuur. In de praktijk blijkt dat een active-active oplossing vaak niet meer hoeft te kosten dan een active-passive oplossing, omdat de load op beide locaties wordt verdeeld.

Regisseren van downtime
Een groot voordeel van deze active-active opstelling van uw IT-infrastructuur is dat bij eventuele uitval van apparatuur in het ene datacenter, de apparatuur in het andere datacenter deze uitval opvangt. Bij een active-active setup wordt de actieve omgeving standaard over twee datacenters verdeeld en is er bij een calamiteit alleen sprake van een tijdelijke beperking in de beschikbare capaciteit maar niet van downtime. In beide datacenters is immers exact dezelfde omgeving live. Bij een active-passive oplossing zal in het geval van een ernstig incident een back-up terug moeten worden gezet, een tijdrovend karwei waarbij dataverlies (de periode tussen de uitval en de laatste back-up) niet te voorkomen is. Bovendien zal de hele omgeving niet beschikbaar zijn totdat de back-up is terug gezet. De voortgang van werkzaamheden komt met active-active Twin Datacenter oplossing niet in gevaar en het platform dat op de servers draait ondervindt geen downtime.

Daarnaast is het eenvoudig om onderhoud uit te voeren. Het updaten van software en vervangen van hardware kan gefaseerd worden uitgevoerd waarbij de infrastructuur in het ene datacenter de omgeving live houdt, terwijl in het andere datacenter het noodzakelijke onderhoud wordt uitgevoerd. Hardnekkige storingen kunnen daarnaast grondig worden onderzocht zonder dat de applicatie of website offline moet. Met een active-active Twin Datacenter ligt de nadruk op het regisseren van downtime in plaats van het minimaliseren van downtime.

Het hele artikel is te lezen op: www.denit.nl